top of page

‘Speel jij met poppen?’ Hoe één opmerking de wereld van kinderen kleiner kan maken

5 dagen geleden
9 minuten om te lezen

Over speelgoed, genderstereotypen en de verwachtingen die we soms ongemerkt aan kinderen doorgeven.


Soms gebeurt er iets kleins dat me nog lang bezighoudt.


Een opmerking. Een blik. Een verandering in iemands stem.


Voor de mensen die erbij zijn, lijkt er misschien weinig aan de hand. Het gesprek gaat verder en niemand besteedt er nog aandacht aan. Maar juist in zulke momenten kunnen we iets ontdekken over de verwachtingen die we als samenleving aan kinderen meegeven.


Onlangs werd ik aan het denken gezet door een situatie waarin twee kinderen samen met poppen speelden.


Ze hadden een kleine wereld gebouwd. Er was een speelgoedcamper, er waren verschillende barbie poppen en samen bedachten ze wat hun personages zouden beleven.


Het spel verliep vanzelfsprekend.


Tot een volwassene opmerkte dat de jongetje met poppen aan het spelen was.


Op papier was het een eenvoudige constatering.

Hij benoemde wat hij zag.


Maar de manier waarop de woorden werden uitgesproken, gaf de opmerking een andere lading.


Er klonk iets in door wat moeilijker te omschrijven is dan de woorden zelf.


Verbazing, misschien. Afkeuring. Of de suggestie dat dit speelgoed eigenlijk niet bij een jongen hoorde.


De jongen leek zich daar weinig van aan te trekken.

Hij maakte duidelijk dat hij gewoon samen aan het spelen was met zijn zus.


Daarna ging het spel verder. Voor hem was er kennelijk geen probleem dat opgelost moest worden.


En precies dat zette me aan het denken:


Want hoeveel kinderen groeien op in een omgeving waarin zo’n opmerking wel iets verandert?

Hoe vaak leren kinderen via kleine reacties van volwassenen wat zogenaamd bij hen past?

En wat verliezen we als we de mogelijkheden van kinderen al zo vroeg beginnen in te delen?



Deze scène is een gereconstrueerde illustratie van een alledaagse interactie.
Deze scène is een gereconstrueerde illustratie van een alledaagse interactie.

Kinderen spelen voordat wij hun spel indelen

Wanneer jonge kinderen spelen, onderzoeken ze de wereld. Ze bouwen huizen, verzorgen knuffels, laten auto’s door denkbeeldige steden rijden en bedenken verhalen waarin alles mogelijk is.


Een pop kan een baby zijn die zorg nodig heeft.

Een avonturier die op reis gaat.

Een dokter.

Of iemand die samen met vrienden in een camper woont.


Het speelgoed krijgt betekenis door de verbeelding van het kind.


Toch hebben volwassenen vaak al een beeld van wat bepaalde voorwerpen zouden moeten betekenen.


Poppen worden verbonden met meisjes.

Voertuigen met jongens.


Zorgzaamheid met vrouwelijkheid.

Avontuur en techniek met mannelijkheid.


Die associaties zijn cultureel herkenbaar, maar ze vertellen ons niets over de mogelijkheden van een individueel kind.


Een jongen die met een pop speelt, kan oefenen met verzorgen, communiceren en verhalen bedenken.

Een meisje dat een racebaan bouwt, kan experimenteren met snelheid, ruimtelijke relaties en probleemoplossing.


Beiden kunnen in beide activiteiten geïnteresseerd zijn.


Wanneer we kinderen de vrijheid geven om verschillende soorten spel te ontdekken, hoeven hun interesses niet voortdurend langs een maatschappelijke verwachting te worden gelegd.



De betekenis van een toon

Wat mij vooral raakt aan dit soort situaties, is dat volwassenen niet altijd expliciet hoeven te zeggen dat iets verkeerd is.


Kinderen luisteren naar woorden, maar nemen ook andere signalen waar.


Een gezichtsuitdrukking.

Een lach.

Een zucht.

Een verbaasde reactie.


De manier waarop een vraag wordt gesteld.


Een zin als ‘Speel jij met poppen?’ kan oprechte belangstelling uitdrukken. Dezelfde woorden kunnen, afhankelijk van de context en de intonatie, ook als afkeuring worden ervaren.


Dat betekent niet dat we op basis van één opmerking met zekerheid kunnen vaststellen wat iemand bedoelde.


Misschien was de spreker zich helemaal niet bewust van de indruk die zijn stem maakte.

Maar de mogelijke invloed van een boodschap hangt niet uitsluitend af van de bedoeling van degene die haar uitspreekt.


Ook de manier waarop een kind die boodschap begrijpt, speelt een rol.


Daarom vind ik het waardevol om als volwassenen nieuwsgierig te blijven naar onze eigen reacties.


Waarom verbaast het ons wanneer een jongen met een pop speelt?

Waarom vinden we het soms grappig?


En zouden we op dezelfde manier reageren wanneer een meisje precies hetzelfde deed?



Hoe genderstereotypen ontstaan

Kinderen groeien op tussen talloze boodschappen over wat jongens en meisjes zouden zijn.

Ze zien die boodschappen in speelgoedwinkels, boeken, kleding, films en sociale interacties.


Ook volwassenen dragen eraan bij.


Soms bewust, bijvoorbeeld wanneer ze zeggen dat een bepaalde activiteit alleen voor jongens of meisjes bedoeld is.


Maar vaak gebeurt het veel subtieler.


Door de cadeaus die we kiezen.

Door de eigenschappen die we prijzen.

Door de verwachtingen die we uitspreken.

Of door de dingen die ons verrassen.



In 2018 publiceerden Kollmayer en collega’s een onderzoek onder 324 Oostenrijkse ouders van kinderen tussen drie en zes jaar. De onderzoekers bestudeerden hoe ouders verschillende soorten speelgoed beoordeelden.


Ouders vonden speelgoed dat traditioneel met het geslacht van hun kind werd geassocieerd, en genderneutraal speelgoed, gemiddeld wenselijker dan speelgoed dat traditioneel met het andere geslacht werd verbonden.


Ouders met meer egalitaire opvattingen beoordeelden die laatste categorie doorgaans positiever dan ouders met traditionelere opvattingen.


Het onderzoek laat zien dat algemene overtuigingen over gelijkwaardigheid niet altijd volledig overeenkomen met de concrete keuzes die volwassenen voor kinderen maken. Tegelijkertijd ging het om een vragenlijstonderzoek binnen één nationale context. De resultaten tonen verbanden tussen opvattingen en beoordelingen, maar bewijzen niet hoe een specifieke opmerking het gedrag van een individueel kind beïnvloedt.


Toch is de centrale vraag relevant: Hoeveel van onze verwachtingen nemen we mee wanneer we naar spelende kinderen kijken?



Jongens krijgen soms een bijzonder smalle ruimte

Er is een aspect van deze discussie waar ik langer bij wil stilstaan.


De ruimte die we jongens geven om verschillende kanten van zichzelf te ontwikkelen.


We spreken tegenwoordig steeds vaker over het belang van emotionele vaardigheden.

Over mannen die hun gevoelens kunnen uitdrukken.

Over vaders die betrokken zijn bij de dagelijkse zorg voor hun kinderen.

Over gelijkwaardigheid in relaties.

En over de noodzaak om traditionele verwachtingen rond mannelijkheid kritisch te onderzoeken.


Maar wat gebeurt er wanneer een kleine jongen belangstelling toont voor een pop?

Voor verzorgen?

Voor een verhaal waarin hij samen met zijn zus een gezin speelt?


Soms wordt die belangstelling nog steeds ontvangen met verbazing of ongemak. Dat roept een tegenstrijdigheid op.


We willen dat mannen later zorgzaam en emotioneel beschikbaar zijn.


Maar geven we jongens tijdens hun kindertijd werkelijk de ruimte om zorgzaamheid te ontdekken en te oefenen?


Een pop maakt een kind niet automatisch empathischer. Zo eenvoudig werkt ontwikkeling niet. Maar fantasiespel kan wel mogelijkheden bieden om rollen, relaties en gevoelens te verkennen.


Wanneer bepaalde vormen van spel voor jongens minder vanzelfsprekend worden gemaakt, beperken we mogelijk ook de ervaringen die ze vrij kunnen opdoen.


Waarom zouden we dat willen?



Wat leren kinderen over elkaar?

Genderstereotypen beïnvloeden niet alleen hoe kinderen zichzelf bekijken. Ze kunnen ook een rol spelen in hun verwachtingen van andere kinderen.


In 2023 onderzochten Wang, Ng en Gleason hoe kleuters speelgoedvoorkeuren van leeftijdsgenoten inschatten.


In drie kleine studies met kinderen uit de Verenigde Staten en China kregen deelnemers informatie over fictieve leeftijdsgenoten. De onderzoekers wilden weten of kinderen vooral afgingen op het geslacht van een ander kind, of ook rekening hielden met diens persoonlijke interesses.


De resultaten lieten zien dat jonge kinderen individuele informatie kunnen gebruiken wanneer ze voorspellen welk speelgoed iemand leuk vindt.


Dat vind ik een betekenisvol gegeven.

Kinderen zijn in staat om verder te kijken dan algemene categorieën.


Een jongen kan ontdekken dat een andere jongen graag met poppen speelt.

Een meisje kan belangstelling hebben voor voetbal.


Een kind kan merken dat interesses van persoon tot persoon verschillen.

Dat vermogen verdient ruimte.


De studies waren klein en onderzochten specifieke sociale oordelen. Ze laten niet zien dat stereotypen daarmee verdwijnen of dat één bepaalde opvoedingsaanpak alle vooroordelen voorkomt. Maar ze herinneren ons eraan dat kinderen ook kunnen leren om anderen als individuen te zien.



Een opmerking staat zelden helemaal op zichzelf

Misschien lijkt één verbaasde reactie nauwelijks belangrijk.


En inderdaad: uit één opmerking kunnen we niet afleiden dat een kind schade heeft opgelopen.


Kinderen verschillen in gevoeligheid, ervaringen en de betekenis die ze aan situaties geven. Bovendien kunnen ondersteunende relaties en positieve ervaringen een belangrijke rol spelen in hoe kinderen sociale boodschappen verwerken.


Toch bestaan genderstereotypen niet uit één enkele opmerking.


Ze worden opgebouwd binnen een bredere omgeving.


Een kind hoort misschien dat jongens niet huilen.

Dat meisjes liever rustig spelen.

Dat jongens stoer moeten zijn.

Dat meisjes behulpzaamer zijn.

Dat bepaalde beroepen beter bij mannen passen.

Of dat zorg voor kinderen vooral iets voor vrouwen is.


Iedere afzonderlijke uitspraak kan onschuldig lijken. Maar samen kunnen zulke boodschappen een patroon vormen.


Een patroon waarin kinderen geleidelijk leren welke eigenschappen worden aangemoedigd en welke minder welkom lijken.


En wanneer dat patroon jarenlang wordt herhaald, kan het invloed hebben op de mogelijkheden die kinderen voor zichzelf zien.



Wat als we andere boodschappen geven?

In 2020 publiceerden King en collega’s onderzoek naar manieren waarop stereotypen over speelgoed-voorkeuren kunnen worden uitgedaagd.


In vier experimenten met in totaal 373 kinderen tussen vier en zeven jaar kregen deelnemers korte video’s te zien waarin een leerkracht voorbeelden gaf die afweken van traditionele gender-verwachtingen. Bijvoorbeeld dat jongens ook poppen leuk kunnen vinden en meisjes ook vrachtwagens.


Na deze interventies voorspelden kinderen vaker dat leeftijdsgenoten belangstelling konden hebben voor speelgoed dat traditioneel met het andere geslacht werd geassocieerd.


In één experiment veranderde een specifieke interventie ook welk speelgoed kinderen voor andere kinderen kozen.


Dat is interessant, omdat het laat zien dat de verwachtingen van jonge kinderen in een experimentele situatie beïnvloedbaar zijn.


Maar ook hier is nuance nodig.


De onderzoekers maten vooral onmiddellijke veranderingen in voorspellingen en speelgoedkeuzes. Daaruit kunnen we niet concluderen dat één gesprek langdurige stereotypen oplost.


Het onderzoek laat wel zien dat volwassenen kinderen kunnen helpen om meer mogelijkheden te herkennen.


Misschien begint dat soms met iets eenvoudigs.


Door niet verbaasd te reageren wanneer een jongen een pop kiest.

Door een meisje niet uitsluitend te prijzen om hoe lief of mooi ze is.


En door kinderen te laten ervaren dat hun interesses serieus worden genomen.



De afstand tussen mannen en vrouwen begint ergens

Wanneer we nadenken over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, kijken we vaak naar de volwassen wereld.


Naar de verdeling van huishoudelijke taken.

Naar verwachtingen op het werk.

Naar emotionele verantwoordelijkheid binnen relaties.

Naar de manier waarop zorg, leiderschap en zelfstandigheid maatschappelijk worden gewaardeerd.


Dat zijn complexe vraagstukken met historische, economische, culturele en institutionele oorzaken.


We kunnen die ongelijkheid niet verklaren vanuit speelgoed alleen.


Maar de ideeën die kinderen tijdens hun ontwikkeling over mannelijkheid en vrouwelijkheid meekrijgen, maken wel deel uit van die bredere werkelijkheid.


Wanneer zorgzaamheid vooral als vrouwelijk wordt voorgesteld, kan dat gevolgen hebben voor de manier waarop we later naar zorgtaken kijken.

Wanneer jongens leren dat kwetsbaarheid niet bij hen past, kan dat de ruimte beperken die ze ervaren om gevoelens te delen.

En wanneer meisjes voortdurend worden aangemoedigd om rekening te houden met anderen, terwijl jongens vooral worden aangesproken op zelfstandigheid, ontstaan verschillende verwachtingen over wat het betekent om een goed mens te zijn.


Die verwachtingen kunnen doorwerken in relaties. In gezinnen. En in de samenleving.


Daarom is het voor mij zo belangrijk dat we niet alleen spreken over gelijkwaardigheid wanneer kinderen volwassen zijn.


We mogen ook kijken naar de dagelijkse ervaringen waarin hun ideeën over zichzelf en anderen ontstaan.



De vrijheid om gewoon samen te spelen

Wat mij misschien nog het meest bijbleef aan de situatie met de twee spelende kinderen, was de vanzelfsprekendheid waarmee de jongen reageerde.


Hij leek geen behoefte te hebben om zijn speelgoedkeuze te verdedigen. Voor hem ging het om iets anders.


Hij was samen aan het spelen.

Met iemand met wie hij graag tijd doorbracht.


Er was een verhaal.

Er waren personages.

Er was plezier.


De vraag of het speelgoed wel bij zijn geslacht paste, speelde in zijn eigen beleving kennelijk geen belangrijke rol.


Ik vind dat bijzonder.


Want kinderen kunnen ons soms laten zien hoeveel verwachtingen wij als volwassenen toevoegen aan situaties die voor hen veel eenvoudiger zijn.


Misschien moeten we ons daarom vaker afvragen wat een kind werkelijk aan het doen is, voordat we er onze eigen betekenis aan geven.


Zien we een jongen met een pop? Of zien we een kind dat samen met een ander kind een wereld creëert?



Wat kunnen we als volwassenen anders doen?

Het vraagt geen perfect taalgebruik of voortdurende zelfcontrole.


Wel bereidheid om onze aannames te onderzoeken.

Wanneer een kind iets kiest wat ons verrast, kunnen we nieuwsgierig blijven.


Wat spreekt het kind aan in dit speelgoed?

Welk verhaal speelt het?

Wat ontdekt het?


We kunnen ook aandacht besteden aan de woorden die we gebruiken.


Misschien hoeven we speelgoed niet steeds te beschrijven als iets voor jongens of meisjes.

Misschien kunnen we spreken over bouwen, verzorgen, ontdekken, bewegen, creëren en samenwerken.


Dat zijn activiteiten waar verschillende kinderen belangstelling voor kunnen hebben.


En wanneer een andere volwassene een stereotiepe opmerking maakt, hoeven we daar niet altijd een grote discussie van te maken.


Soms is een rustige reactie voldoende.


‘Hij vindt dit gewoon leuk.’


Of:


‘Ze zijn samen een verhaal aan het bedenken.’


Zo bevestigen we de ruimte van het kind zonder iemand onmiddellijk te veroordelen.


Want ook volwassenen zijn opgegroeid met verwachtingen die ze niet zelf hebben bedacht. Dat betekent niet dat iedere opmerking onschuldig is.


Maar verandering wordt soms gemakkelijker wanneer er ruimte is om iets opnieuw te bekijken.



Wat willen we kinderen meegeven?

Ik denk regelmatig na over de wereld waarin onze kinderen opgroeien.


Over de mannen en vrouwen die ze later zullen worden.

Over de relaties die ze zullen aangaan.

En over de overtuigingen die ze misschien ongemerkt zullen meenemen uit hun kindertijd.


Ik hoop dat jongens kunnen opgroeien met ruimte voor zorgzaamheid, kwetsbaarheid, nieuwsgierigheid en kracht.

Dat meisjes ruimte ervaren voor zelfstandigheid, avontuur, ambitie en gevoeligheid.


Dat kinderen hun eigen interesses kunnen ontdekken zonder voortdurend te hoeven nadenken over wat anderen daarvan verwachten.


En dat ze elkaar leren zien als mensen met verschillende mogelijkheden, behoeften en talenten.


We hoeven verschillen tussen kinderen niet te ontkennen. We mogen ze alleen niet bij voorbaat vastleggen.


Want een kind dat vandaag met een pop speelt, vertelt ons misschien helemaal niets over de volwassene die het later zal worden.


Maar de manier waarop wij op dat spel reageren, vertelt wel iets over de wereld die we voor dat kind creëren.



Misschien begint een gelijkwaardiger samenleving soms op een heel gewone middag. Wanneer twee kinderen op de grond zitten. Een camper vullen met poppen. Samen een avontuur bedenken.


En niemand zich afvraagt of dat eigenlijk wel mag.


Want spelen hoeft geen toestemming van een genderstereotype te krijgen.

Opmerkingen


bottom of page